De verschillende zeilsoorten: grootzeil, genua en spinnaker

spinnaker

Een zeilboot maakt meestal gebruik van twee zeilen, waarbij beide zeilen parallel op de kiel staan. Ze kunnen onafhankelijk van elkaar worden bediend waarbij het voorste zeil meestal het kleinste zeiloppervlak heeft.

Het grootzeil is, zoals de naam al doet vermoeden, het grootste zeil dat op een zeilboot wordt gevoerd. Toch worden er tegenwoordig op moderne schepen zeilen gevoerd die groter zijn dan het grootzeil. Een voorbeeld hiervan is een spinnaker. Dit zeil heeft een bijzonder groot oppervlak en wordt voor de voorstag op een spinnakerboom gevoerd. Vooral bij het voor de wind varen geeft een spinnaker meer zeiloppervlak en daardoor hogere snelheden. Een spinnaker wordt meestal gemaakt van een hele lichte stof. Dit is belangrijk omdat het zeil anders de neiging zou hebben bij lichte winden in elkaar te zakken. Het zetten en strijken van een spinnaker kan worden gefaciliteerd door gebruik te maken van chute. Deze chute wordt over het zeil getrokken waardoor deze snel en gemakkelijk gestreken kan worden. Spinnakers zijn volledig symmetrisch. In een poging de efficiëntie te verhogen is er ook een asymmetrische versie ontwikkeld, dit zeil noemen we een gennaker. Een zeilboot met een grote bolle spinnaker is een zeer spectaculair gezicht.

Een genua is een type fok dat voor de mast wordt gevoerd. Ter verduidelijking, het grootzeil wordt achter de mast gevoerd. Ook dit type zeil wordt vaak groter uitgevoerd dan het grootzeil. Het is een uniek zeil aangezien het het rendement van het grootzeil vergroot zonder zelf veel wind te vangen. Het buigt een luchtstroom af en redigeert deze luchtstroom naar het grootzeil. Genua’s worden vaak genummerd op basis van de maat. De nummer 3 is de kleinste en de nummer 1 de grootste. Op een schip dat drie genua’s aan boord heeft is de grote genua vaak uitgevoerd in een lichtere stof. Dit maakt het mogelijk om het zeil bij meer wind te voeren.